Bestanden schrijven

Om bestanden te schrijven, gebruiken we de modus w (write).

with open("testschrijf.txt", "w") as bestand:
    #...

Schrijfmodus (“w”)

In de schrijmodus kan je eender welke tekst toevoegen aan je bestand met het commando .write.

Meestal zal je aan het einde van elke regel een \n willen toevoegen. Deze n staat voor newline en zorgt ervoor dat je op de volgende regel verder schrijft.

with open("testschrijf.txt", "w") as bestand:
    bestand.write("Hallo!\n")
    bestand.write("Dit is een bestand dat ik met python code heb geschreven\n")
    bestand.write("Dit begint stilaan meer op een schrijopdracht Nederlands te lijken...")

Test de schrijfmodus uit door een tekst naar keuze te schrijven in een tekstbestand via python code.