Booleaanse variabelen

We leren een nieuw soort datatype: booleaanse variabelen (of booleans).

Een boolean kan slechts twee waarden aannemen: True of False.

Je kan een waarde (True/False) rechtstreeks aan een boolean toekennen:

var1 = True
var2 = False

Je kan ook een waarde aan een boolean toekennen doormiddel van een vergelijking.

Dit doen we via een dubbele ==. Verwar dit dus niet met de enkele = die gebruikt om een waarde toe te kennen aan een variabele.

var1 = 1+1 == 2
var2 = 1+1 == 3

kleur = input("wat is de kleur?")
is_de_kleur_rood? = kleur=="Rood"

Ook ongelijkheden (< en >) kunnen gebruikt worden om booleaanse variabelen aan te maken. Je kan ook != gebruiken om β€˜is niet gelijk aan’ te testen.

var1 = 2 < 3
var2 = 10 > 100

var3 = "abcd" != "abcde"

Opdracht

Experimenteer nu zelf met Booleaanse variabelen door bovenstaande voorbeelden (of eigen voorbeelden) te laten printen.